VERLANGEN NAAR KERSTMIS. De zee weent witte kransen op het verlaten strand. Meeuwen zweven op de wind, spiedend naar wat achtergebleven resten. Het is grimmig koud. Het strand ligt verlaten en desolaat te wachten op een nieuwe morgen. Aan de einder, een onbeweeglijke stip, een vrachtschip, groter dan een huis, klieft door deinende golven, het eindeloze water tegemoet. Enkele matrozen houden de trouwe wacht. Ze turen over het verre water naar niets... Een milde greep houdt de zee het schip. In een wat grotere kajuit, draagt een kerstboom, gelaten, zijn oude siersels. Zachte muziek in deze bonkige sfeer, stemt iedere matroos tot vredige rust. Er is niet veel om handen. Het schip zoekt zijn eindeloze weg. Aan de wand, een zeemans spreuk dobbert op de walsende zee: "Varen, zonder vrouw die thuis op je wacht, "is varen zonder licht in een hardstikke nacht. "Al wie eens ter zeevaart wil gaan, "moet eerst gearmd voor het altaar staan....
Kunst in Woord en Beeld